Decoratieve achtergrondafbeelding voor LHBTIQ+
Thema

LHBTIQ+

Onderwerpen

De afkorting LHBTIQ+ staat voor verschillende groepen mensen met verschillende identiteiten. De letters staan voor deze begrippen:

  • Lesbisch: een vrouw die valt op andere vrouwen.
  • Homoseksueel: een man die valt op andere mannen.
  • Biseksueel: iemand die valt op mensen van verschillende genders.
  • Transgender: voelt zich niet hetzelfde geslacht als het lichaam waarmee diegene geboren is
  • Intersekse: iemand die is geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke lichamelijke kenmerken.
  • Queer: een verzamelwoord voor mensen die niet hetero en/of niet cisgender zijn. Cisgender betekent dat iemands geboortegeslacht en genderidentiteit hetzelfde zijn. Dus iemand die als vrouw is geboren, voelt zich ook vrouw.
  • De + staat voor andere identiteiten die niet in de bovenstaande categorieën vallen. Denk bijvoorbeeld aan non-binaire personen die zich niet mannelijk of vrouwelijk voelen.

Veel mensen zien seksualiteit en genderidentiteit als een spectrum: er zijn meer opties dan alleen man, vrouw, hetero of homo. Dit kan ook veranderen tijdens je leven. Er bestaan veel labels, maar niet iedereen vindt dat ze goed bij ze passen. Daarom gebruiken sommige mensen het woord ‘queer’ als algemene term.

Misschien heb je al eens gehoord van ‘coming out’. Een coming out betekent in het kort dat je aan anderen vertelt wat je gender- of seksuele identiteit is. Dit doe je vaak niet één keer, maar meerdere keren in je leven. Hoe dit gaat, verschilt per persoon en omgeving. 

Heb je ook wel eens gehoord van een ‘coming in’? Een coming in gaat over het ontdekken en onderzoeken van je eigen gevoelens. Dat kan soms best moeilijk zijn. Je probeert dan uit te zoeken hoe je je voelt, wie je bent en op wie je valt. Je hoeft niet meteen zeker te weten hoe je je voelt. Het kan helpen om hierover te praten met iemand die je vertrouwt.

Bij Qpido werken mensen met verschillende culturen en levensbeschouwingen. Je achtergrond, geloof en levensbeschouwing hebben invloed op hoe jij naar LHBTIQ+-identiteiten kunt kijken. We groeien allemaal op met bepaalde normen en waarden. Hieruit kan een mening ontstaan over LHBTIQ+. Soms is die mening open en positief (inclusief), en soms gesloten en negatief (exclusief). De relatie tussen cultuur, levensbeschouwing en LHBTIQ+ is vaak ingewikkeld en verschilt vaak sterk van persoon tot persoon.

De genderkoek is een hulpmiddel om te praten over gender- en seksuele identiteit. De genderkoek laat zien dat er verschillende onderdelen zijn:

  • Genderidentiteit – wie je bent en hoe jij je voelt
  • Genderexpressie – hoe jij jezelf aan anderen wilt laten zien
  • Geslacht – je biologische kenmerken
  • Aantrekking – op wie je valt

Uitleg over de verschillende onderdelen van de genderkoek

  • Genderidentiteit
    Genderidentiteit zegt iets over hoe je je van binnen voelt. Het heeft niks te maken met of je als man of vrouw bent geboren. Het zegt iets over hoe jij je voelt, niet over hoe je eruitziet of wat er op je geboorteakte staat.
  • Genderexpressie
    Genderexpressie gaat over hoe jij jezelf wilt laat zien aan andere mensen. Dit doe je met je kledingkeuze, kapsel, sieraden, of de manier waarop je praat en beweegt. Wat als typisch ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ wordt gezien, verschilt per cultuur en periode in de tijd.
  • Geslacht
    Geslacht gaat over de biologische kenmerken waarmee je wordt geboren, zoals je geslachtsorganen, chromosomen en hormonen. Intersekse personen hebben zowel mannelijke als vrouwelijke lichamelijke kernmerken
  • Aantrekking (seksueel en romantisch)
    Aantrekking gaat over op wie je valt. Je hebt romantische en seksuele aantrekking. Voor sommige mensen is dit hetzelfde, voor anderen weer niet.

Mensen die transgender zijn, kunnen stappen zetten om te leven op een manier die past bij hun genderidentiteit. Dit noemen we een transitie. Iedere transitie is anders, want niet iedereen zet alle stappen. Je bepaalt zelf welke keuzes je maakt. Er zijn drie soorten transitie: sociaal, medisch en juridisch.

  • Sociale transitie
    Deze transitie gaat over aanpassingen in je sociale leven. Je gaat bijvoorbeeld andere kleding dragen, neemt een ander kapsel, of je kiest een nieuwe naam en nieuwe voornaamwoorden. Zo kun je beter laten zien wie je nou eigenlijk bent en kan je omgeving hier ook rekening mee houden.
  • Medische transitie
    Een medische transitie gaat over lichamelijke veranderingen. Dit gebeurt altijd onder begeleiding van een genderteam in het ziekenhuis. Op dit moment zijn daar vaak lange wachtlijsten voor. Bij een medische transitie horen bijvoorbeeld een hormoonbehandeling of operaties om je lichaam beter te laten passen bij je genderidentiteit.
  • Juridische transitie
    Bij een juridische transitie pas je je genderaanduiding en soms ook je voornaam aan in officiële documenten, zoals je paspoort. Daar heb je een ‘deskundigenverklaring’ voor nodig. In Nederland mag deze verklaring door bepaalde professionals worden gegeven. Met dit document kan de gemeente je gegevens aanpassen, zodat je officiële documenten overeenkomen met je genderidentiteit.